Micro-organismen in water

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de gebruikelijke concentratie van coliforme bacteriën (bv. E.coli) in oppervlaktewater varieert tussen 105 per 100 ml (ook uitgedrukt als log 5) en 109 per 100 ml voor rioolwater. In aanmerking genomen dat slechts een dosis van 103 nodig is om bij immuun verzwakte mensen een darminfectie te veroorzaken, mag na zuivering van het water niet meer dan 1 per 100 ml achterblijven, ofwel een verwijdering van ten minste 6 log (99,9999%).

Cysten (zoals cryptosporidium en giardia) zijn de grootste in het water voorkomende micro-organismen (3 – 6 µm). Ze komen in oppervlaktewater voor in een concentratie van 10 per liter. Ze zijn zeer besmettelijk en mogen na zuivering niet meer in het water voorkomen, wat een 3 log (99,9%) verwijdering betekent.

De concentratie van entero virussen (bv. polio en rota virussen) in oppervlaktewater wordt geschat op 102 -104 per liter. Het is algemeen geaccepteerd dat drinkwater geen virussen ( < 1 per 100 liter) mag bevatten. De verwijdering moet minstens gelijk zijn aan 4 log (99,99%).

Deze zuiveringsnormen liggen vast in de diverse waterleidingbesluiten in Europa.

Sinds 1976 weten we dat niet alleen ingenomen bacteriën een serieuze bedreiging zijn voor de gezondheid. Bacteriën (legionella) die met waterdamp worden ingeademd, kunnen een ernstige vorm van longontsteking veroorzaken.

Tot dusver konden ziekten, door bacteria veroorzaakt, goed met antibiotica worden bestreden. Langzamerhand hebben bacteriën hiertegen een resistentie ontwikkeld door de z.g. NDM 1 gene, die inactiviteit van alle bekende antibiotica veroorzaakt. Deze gene, die bacteria resistent maakt, is o.m. gevonden in bacteriën die dysenterie veroorzaken (EHEC een mutant van E.Coli).